Brutal Extreme Triathlon Wales

Indra doet verslag van de BrutalistBrutal!

Het is zaterdagochtend 15 september als we rond de klok van kwart voor vijf wakker worden in ons onderkomen, dat gelegen is in het piepkleine gehuchtje Abergryngregyn. Hier is het stiller dan stil. We horen enkel het ruisen van de wind. Om de rust van het dorpje niet te verstoren, plaats ik haast geruisloos, mijn tas met bidons op de achterbank van de auto. Vervelend dat het portier toch zo hard dicht valt. We zijn ready to go.

Als we twintig minuten later het dorpje Llanberis binnenrijden, zijn de bewoners nog in diepe slaap. Onderwijl meldt de ene na de andere atleet zich in het parc fermée om banden te controleren en bidons te plaatsen. Geen stickers op je armen, geen polsbandje, gewoon een handgeschreven nummer en de controlerende blik van de twee mannen bij de ingang, die feilloos door hebben wie hier wel en niet horen. Vertrouwen is hier een groot goed.

De Brutal Extreme triathlon is een triatlon van een speciaal soort. We bevinden ons in het National Parc Snowdonia en beleving, ruige natuur en een persoonlijk gevecht met de elementen valt iedere atleet ten deel. Het zwemonderdeel vindt plaats in Llyn Padarn, een prachtig meer, dat omringd wordt door bergen, met vandaag daarboven angstaanjagend donkere wolken. Er staat een stevige bries. De transitiezone bevindt zich in een veel te kleine, maar wel knusse tent. Iedereen is verzocht om zelf een plekje te zoeken om zijn spullen te plaatsen en het samen te regelen. Dat is een mooie insteek. Zo beland ik naast een dame die een stoeltje heeft bemachtigd, naast de koffietafel en mij allervriendelijkst haar plek aanbiedt. Zij doet slechts de halve duathlon…..dus dat stoeltje heeft zij niet nodig. Voor ik het weet, is ze twintig centimeter verplaatst en heb ik ineens een stoeltje om twee tassen achter, één ervoor en één eronder te plaatsen. Ze wijst me er ook nog even op dat het handig is om mijn jas op het stoeltje te leggen, omdat het straks een chaos wordt in de tent en niemand weet dat ik daar wil wisselen. Duidelijk een ervaren dame. Ze glimlacht, geen zwemmen voor haar. Veel te koud….. Ze doet wel zo nu en dan een ultraloop van 100 miles en wat ruige duathlons, maar dat is het dan ook wel…. Verbijsterd kijk ik haar aan. Hier liggen de grenzen van wat gewoon is, duidelijk anders.

Aan de start staan om 7.00 uur dus mensen voor de half, full, double (!) Brutal Extreme Triathlon en voor de half en full Extreme Duathlon. Mij is volstrekt niet duidelijk wie wat gaat doen, maar iedereen die via de schapenweide over de stiles klautert (houten hekjes, waarover je heen moet klimmen om in de weide te komen), loopt in wetsuit of is supporter voor de triathlon. Ertussen lopen schapen en wat mensen van de crew. Op een kleine vijftig meter van de partytent, waaronder een tafeltje is geplaatst met warme drank voor de atleten die bij een landgang behoefte hebben om op te warmen, houden we halt. Er hangt een gespannen stilte en iedereen zoekt een manier om het wachten te verdragen, wat op te warmen en zich voor te bereiden op het frisse water. Ze spreken van 16 tot 18 graden, maar ik weet van gisteren dat dit op kant gemeten is. Mijn keus is gevallen op een extra neopreenlaag onder mijn pak. Anderen dragen handschoenen, en de meesten booties. Tien minuten voor de start mogen we verder. Eén van de leden van de crew heeft een teller en stelt vast hoeveel atleten te water gaan. Het voelt als de start van een schoolreisje. Maar dan toch wat spannender. Even acclimatiseren in het koude meer, dan mogen we om 7.00 uur precies toch echt van start. Vier rondes zwemmen, met na twee rondes een landgang voor de mensen van de full distance. De 31 atleten en twee atletes, die deelnemen op de double Brutal herhalen dat nog een keer. De start is niet erg hectisch. Met nog geen 250 atleten is het ruim genoeg en de boeien zijn goed te zien. Het is zo bewolkt dat ook de zon geen roet in het eten gooit. Daarvoor was ik gewaarschuwd, maar mijn speciale zwembrilletje heb ik vandaag dus niet nodig. Ik voel me de eerste drie rondes nog comfortabel, maar krijg het dan toch koud. Ik begin de warme dranken op het tafeltje te begrijpen. Gelukkig mogen wij er na een rustig zwemonderdeel uit. Ik trek een paar oude hardloopschoenen aan en begin aan de lange weg terug naar de tent. We hoeven geen capriolen uit te halen om verstijfd van de kou de stile te nemen, de lokale Welshman heeft gewoon een hek opengezet.

indra wales5

Het omkleden blijkt inderdaad een chaotisch tafereel. Links en rechts is iedereen een poging aan het doen om op een halve meter zijn spullen te ordenen en omdat het stevig plenst, besluit ik toch maar een regenjackje en korte regenbroek aan te doen. Eenmaal buiten blijkt dat weer net te warm en is het nog slechts aan het miezeren. De regenbroek dus snel weer uit en aan mijn man en supporter Jan geven, dan mijn fiets uit het modderige parc fermée halen en hup op pad. In de eerste klim is het droog en warm. Jack uit, en windstoppertje aan. Ik zal deze wissel in deze ronde nog drie keer herhalen. Het is weer van “Jantje lacht, Jantje huilt”, iets waar mijn man op zo ’n dag gelukkig nooit veel last van heeft. Die is in de natuur een stabiel man en een rots in de branding tijdens mijn long distance triathlons. De ronde is op te delen in vijf stukken. Eerst een stuk langs het meer in de richting van LLanrug, om daar linksaf te slaan en twee smerige klimmetjes voor de kiezen te krijgen. Prachtige oude huisjes, en een fraai uitzicht over de kust en het Isle of Anglesey vormen de beloning. Alles is hier prachtig groen. Dit gebied heeft geen last van droogte gehad deze zomer. De afdaling die volgt is smal en voorzien van enkele verkeersdrempels. Link en gevaarlijk. Het voordeel van een niet al te snelle atleet zijn, is dat je net wat sneller in de veilige zone komt. Bij de weg blokkeren enkele schapen en een herder mijn afslag. Even van de fiets, er langs manoevreren en weer verder. In de volgende ronde, een andere horde…..paarden….met hun berijdsters. Een golvende weg door het mooie National Park Snowdonia volgt. Fraaie authentieke huisjes, schapenweides, watervalletjes, betoverende bergen in velerlei kleuren en fraaie bergmeren schuiven aan ons voorbij. Ondertussen is het een kwestie van een goed tempo zoeken, dat past bij de mogelijkheden. Ik draai mijn rondjes op hartslag. Weet precies wanneer ik wat moet eten en drinken en weet dat als ik dat doe, bij het lopen, de motor nog zou moeten draaien. Het betekent ook inhouden, inhouden en inhouden. Voor het dorpje Beddgelert is een drinkpost. Wat bekertjes met diverse dranken, snoepjes, chips, chocolade, energierepen en banaan vormen het aanbod. De vrijwilligers moedigen iedereen aan en zijn goed geluimd. Het dorpje ligt op een snijpunt van dalen, bij een brug over de River Glaslyn. Als we langs het water aan een korte klim beginnen, kruisen we een smalle weg, met links een kleine pub en rechts het bijbehorende terras. De dames die bedienen letten gelukkig goed op, roepen nog een bemoedigende tekst en steken dan over. Op het terras hebben enkele gasten in de gaten dat die startnummers iets betekenen….

We beginnen niet veel later aan de beklimming van de Pen Y Pass. Ik kan niet anders dan hem omschrijven als betoverend mooi. Je ziet hem al in de verte liggen. Eerst klim je recht vooruit, terwijl het dal links van je ligt en een goede kilometer voor de pas, sla je af en klim je alsof het een Alpenpas is, vol tegen de wind in omhoog naar een parkeerplaats waar bussen wandelaars uitladen en een restauranthouder goede zaken doet. Hier starten diverse wandelroutes en in het weekend is het dan ook druk. In mijn derde rondje rijd ik een tanige fietser voorbij. Hij haakt even aan en begint een praatje. Wil weten of het vandaag weer de Brutal is. Ik ben verbaasd dat hij het kent. Hij blijkt in Wales met zijn 75 jaar een wielerkampioen in een bepaalde discipline bij tijdrit. Ik moet bekennen dat mijn Welsh niet al te best is. Maar ondanks dat begrijpen we van elkaar dat het hier goed toeven is en dat de Pen Y Pass er ook vandaag weer geweldig bij ligt. Als ik in deze ronde voor de derde keer tegen de wind omhoog mag, krijg ik voor de afslag nog even een ferme hand. Hij wenst me veel moed voor de rest van de race en een enjoy the wind! Dit is niets te veel gezegd. De wind is inmiddels fors in kracht toegenomen en in de afdaling is het lastig op de fiets blijven.

Elke ronde komen we door het dorp Llanberis, bij de Head Quarter, waar Jan zich samen met andere supporters ophoudt in een bushokje. Ook is er de mat van de tijdwaarneming, die ik bij de eerste doorkomst bijna miste. Hij is maar een goede meter breed en na het oversteken van de weg, moet je even weten waar hij ligt. Gelukkig schreeuwt eenieder je gelijk terug en dus zal ik wel niet de enige zijn, die deze bijna fout maakt. Bij het bushokje een paar woorden wisselen met het thuisfront, bidons wisselen en verder. Later lees ik in de app dat hij in zijn negen uur durende verblijf in dit illustere bushokje, een boek vol wijsheden over wandelen heeft gelezen. De kernvan het boek vat zich als volgt samen: de definitie van welzijn is, dat het belangrijker is je mate van enthousiasme te verhogen, dan de pijn te verlagen. Hij vindt het een mooie formule om triatlon te beleven….

indra wales3

Na ronde vier en ruim negen uur op de fiets ben ik blij dat ik mag wisselen. Ik voel me fris en heb ontzettend veel zin om te gaan rennen. Eerst drie rondes rond Llyn Padarn en dan Mount Snowdon op en af. In de tent is het dan aangenaam druk. Ik krijg thee aangeboden van crew, die vriendelijk afsla en kleed me om. Er heerst verwarring in de tent. Mount Snowdon wordt gesloten. We moeten zes, of vijf rondes lopen rond het meer. Op de top minder dan tien meter zicht en de wind is zodanig sterk dat atleten en crew grote risico ’s lopen. Achteraf blijken slechts vijf mannen naar de top te zijn geweest. En zij beschrijven het als een beangstigend avontuur.

Voor ons, die nu net starten met lopen, is het vooral onduidelijk of het nu 42 of 50 kilometer gaat worden. De race director heeft recent nog een vijfvoudige triatlon volbracht, dus zijn wij er niet gerust op…. Gelukkig voel ik me fit en ga dus gestaag, geheel volgens plan beginnen aan een lange trailrun. Eerst door een parkje met vlonders, over betonranden, door grasland, dan over een parkeerplaats, over een hobbelig asfaltweggetje richting bos. Een breed bospad leidt ons anderhalve kilometer verder richting een rotspaadje, dat omhoog leidt naar een hoger gelegen weg. Dan volgen betonplaten, een paar hekjes, weer betonpaden, een oude brug en we steken het meer over. Een weggetje aan de andere kant, leidt steil omhoog naar het dorpje Fachwen. Ik kan grote delen hardlopen en alleen als dit geen winst oplevert ten opzichte van snelwandelen, ga ik over op een andere tred. Ik haal gelijk de eerste atleten in. Sommige zijn al in ronde drie en weten niet dat de berg gesloten is. Het nieuws verspreidt zich snel en strategieën worden aangepast. Het is nog wat anders of je drie of vijf rondes moet kunnen rennen. Ik heb getraind voor een marathon en voel me goed. Geen zorgen vooralsnog. Ondertussen wordt het langzaam donker. Op kilometer zes een drinkpost, die je als je hier voor het eerst komt, mogelijk zomaar voorbijloopt. De crew is erg positief. Ze hoeven hier maar tot 3.00 uur te staan, nu de double Brutal ook de berg niet op mag. Effe doorbijten, maar voor jullie is het ook niets anders, luidt de droge conclusie…..”Just keep your feet going!” Ik glimlach en realiseer me dat hij gelijk heeft. Rap ga ik weer verder. Op naar een lastig stuk vol rotsen en boomwortels. Goed om dit nog in het half licht te verkennen. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee. Samen met een goed gehumeurde Welshman bereik ik de kissing gate. Lady ’s first. Het zijn typische draaihekjes waar geliefden elkaar in Engeland zoenen als er één al aan de andere kant staat. Ik houd het hier bij een glimlach, als ik het hekje doorgeef aan mijn achtervolger. Zijn lach buldert en samen rennen we door. Een mooi ruig stuk door de bergen volgt. Ineens opent het bos zich en dan vol tegen de wind. We staan bijna geparkeerd. In een reflex het jasje dicht en vol tegen de wind in verder. Het bos sluit zich even snel ook weer. Er volgt een stevige afdaling over betonpaden, soms rotsen, dan weer asfalt. We doorkruisen een oude spoorbaan en komen dan op het schapenpad dat terugleidt naar de wisselzone. Ronde één zit erop.

De hoofdlamp kan al snel daarna aan. Ik ben erop getraind om door het donkere bos te rennen. Als kind was het al mijn favoriete bezigheid om in de nacht de duisternis in te gaan en er naar de wind te luisteren, de dieren te ontmoeten. Niets zo mooi als de speling van de nacht in het bos. Als er sneeuw ligt, is helemaal betoverend. Ik heb de contouren van de rotsen, de bomen, de huizen, de afslagen goed in mijn hoofd geprent. Dit is belangrijk, want de pijlen van de organisatie zijn schamel verlicht met een glow stick en in het bos van het pad afraken is absoluut niet aan te raden. Ik krijg met de verder aantrekkende wind, wel steeds meer de geest. Zo nu en dan wordt je adem afgesneden. Lekker achter de lampjes voor me aanrennen, weer iemand inhalen, een kort praatje en snel weer door. Waar het kan, ren ik, waar het te steil of te gevaarlijk is, pas ik het aan. Ronde na ronde gaat voorbij. Ik heb inmiddels al de nodige dames ingehaald en maak er een sport van om in het duister aan het vage silhouet voor me af te lezen of het een man, vrouw, supporter, deelnemer of iemand van de crew is, die ik ga treffen. Ook vleermuizen vergezellen ons vanavond. Bij de post even snel wat eten en drinken en verder weer. De crew is ontzettend aardig en enthousiast. In verband met opkomende blaren in mijn trailschoenen, wissel ik nog even van paar en verder weer. Inmiddels weten we dat het vijf rondjes zijn.

Tot het einde toe haal ik mensen in. Hoe harder het waait, hoe donkerder, hoe lastiger, hoe meer ik in mijn element ben. Ondertussen heeft het ook weer geregend en is het rotsige pad spekglad. Onderaan de berg liggen de schapen doodgemoedereerd te slapen als ik naar de finish ren. Wat een ongelooflijk mooie race. De finishboog ligt op de grond. De wind was te machtig, een aardige dame onthaalt me samen met Jan, mijn man. Ik krijg zomaar een hand, een medaille en een leistenen trofee! “You are the second lady!”2de in de Brutal Extreme….full distance….wie had dat kunnen denken? Het is twee minuten na middernacht. 17 uur en 2 minuten heeft mijn race geduurd. Binnen in de tent lekker droge kleren aan, een koppie soep en daarna wat napraten met enkele mannen die ik ontmoette in mijn laatste ronde. Daarna pakken we in, horen hoe de wind vat heeft op de tent en dat de regen met bakken uit hemel kom. De organisatie zou later melden, dat het de BrutalistBrutal was en na het sluiten van de berg, moeten ze voor de Double Brutal ook nog eens het fietsparkoers wijzigen. De Penn Y Pass kan niet meer worden afgedaald. Ik zelf kijk terug op een lekker ruig dagje in het mooie Snowdonia, met aan de kant mijn lieve steun en toeverlaat Jan! Welke man, hangt nu geheel vrijwillig negen uur voor jou rond in een schamel bushokje? Gelukkig was er vlakbij ook een Volkswagenbusje uit 1968 dat dienst deed als koek enzopietentje…..

 

indra wales2.  indra wales4

Indra Bimmel

http://www.brutalevents.co.uk/the_brutal.html

 

Last modified on zaterdag, 22 september 2018 13:34
Login to post comments