Indra goes Celtman

Indra Bimmel deed op 25 juni de Celtman Extreme Scottish Triathlon, bepaald geen wegwedstrijdje op zaterdagmiddag!


De Celtman Extreme Triathlon (een race met verplichte crew, in mijn geval gevormd door mijn man Jan en onze vrienden Frans en Dorothé) wordt gehouden in Wester Ross, een betoverend deel van de westelijke Schotse Hooglanden. De kusten zijn fraai, de kliffen hoog, de lochs (=Schotse meren) uitgestrekt en koud, de bergen steil en ruig, de dorpjes klein en overal huizen de teken en midges (= de beroemde Schotse mug). De laatste zijn zo klein dat je ze haast niet ziet, maar ze leven op mensenbloed en ze zijn dus dolblij met de komst van 178 atleten en hun supporters. We hebben het dan nog niet over de belangrijkste reden om Schotland aan te doen, het weer: regen, harde winden, mist, kou en heel soms zelfs zon.


Al met al redenen genoeg om vorig jaar mee te loten voor een startplek. Als mensen me vragen wat de afstanden zijn, dan kan ik zeggen, dat ik vooraf uitgevogeld heb: 3,8 km zwemmen (aan te passen door de organisatie, afhankelijk van de omstandigheden), 202 km fietsen met zo ‘n 2000 hoogtemeters en ergens tussen de 40 km (hoge route) en 37,8 km (lage route) lopen. Kortom, het gaat in deze triathlon niet om de details, of misschien gaat het juist wel meer dan ooit om de details. De details duiden dan op het feit dat de organisatie werkelijk alles in het werk heeft gesteld om te zorgen dat niemand deze race onderschat. De weersomstandigheden in Schotland kunnen ontzettend wisselen en men dwingt je om voorbereid te zijn op alles!


Dus op de dag voor de race, gaat de trailrugzak gevuld met twee liter drank, voeding, kompas, fluitje, kaart, plastic hoes voor je mobiele telefoon (dubbel waterproof; te testen onder een lopende kraan svp!), een lange regenbroek, een regenjas met capuchon (waterproof), handschoenen, muts, twee maal een extra thermo-shirt met lange mouw, stokken en een lange tight, mee naar de incheck in het nabijgelegen dorpje Torridon. Hoewel ik goed en licht materiaal heb, alles bij elkaar toch drieënhalf tot vier kilo. Mijn supporter Frans, die het slotonderdeel deels met mij mee moet lopen, treft hetzelfde lot. Voor de laatste 19 km van het looponderdeel draagt hij een soortgelijke rugzak mee.  
Het is in Engelstalige landen altijd relaxt bij de incheck. Iedereen staat in de rij, zoals ze dat van jongs af aan geleerd is en voordringen kent men niet. De tijd dood je er met een praatje met je buurman.  

Om 15.00 is de racebriefing. Verplicht voor atleet en supporter, maar in ons geval niet haalbaar. Frans rijdt een wiel van de auto in een verborgen sloot en er zijn een paar sterke Schotten vereist om dit te verhelpen. Gelukkig zijn er veel sterke Schotten in Torridon vandaag. In het gemeenschapshuis zitten we als haringen in een ton. Ik benijd ineens Frans en de anderen, die lekker buiten ons probleem verhelpen, terwijl ik de laatste wijze raad van de organisatie aanhoor. Naast de gebruikelijke standaarddingen, is er ook aandacht voor vragen. De watertemperatuur? Ergens tussen de 9,5 en 12 graden, afhankelijk van wat je wilt horen, denk dus wat handig is om te denken. Goed, dat verheldert de zaak. En waarop moeten we ons tijdens het zwemmen richten? Het witte huis van Mc Ewan, in Shieldaig. Shieldaig heeft alleen maar witte huizen denk ik bij mijzelf. Hoelang is de lage route? Hij is mooi en ver. En nee, we gaan je geen extra (boring (=saai!)) rondje laten lopen door Torridon.  
Conclusie: de Schotten geven niet alles prijs! Wat ze wel kwijt willen: Just do it, and enjoy!  


Raceday
We hebben op het laatste moment, door het afmelden van een geblesseerde atleet, een onderkomen in startplek Shieldaig bemachtigd. Dat is een lot uit de loterij, want oorspronkelijk zaten we op 46 km van de start en dat betekent in dit gebied, een netto rijtijd van 1 uur 23 minuten. Gevolg: we kijken vanuit onze woonkamer uit op het parc fermée en de finish van het zwemparkoers. Mijn supportcrew kan vanuit hun bed de eerste zwemmers in de verte zien aankomen, opstaan, koffie zetten en naar buiten komen voor een ontbijtje op de rots.  

Frans is echter solidair. Om 03.00 uur staan wij tweeën buiten en gaan de tracker ophalen in de kerk van Shieldaig. Vervolgens de fiets inchecken en naar de bussen wandelen, die de zwemmers naar de zwemstart brengen. Daar aangekomen branden er overal vuren. Een groot Keltisch vuur wordt ontstoken en de atleten verzamelen zich rond de vlammen.  De midges zijn hier in grote getalen aanwezig, maar in veel minder grote getalen dan elders bij het water. Zo snel mogelijk je wetsuit aan, badmuts op en een muggennetje over je hoofd. Het is een grappig gezicht, zo aan deze uithoek van Loch Torridon. Doedelzakspelers en trommelaars zorgen voor een Schotse boost. Een groepsfoto wordt gemaakt en tegen kwart voor vijf kan het acclimatiseren beginnen. Over de rotsen en door het wier banen we ons een weg richting dieper water. Het water is koud, maar kan kouder (aldus de Schotten) en zout. Er zitten hier veel kwallen.  
De briefing bij het zwemwater maakt het allemaal een stuk duidelijker dan gisteren: “We ronden twee eilanden en zwemmen dan richting het witte huis.....”, benadrukt de crew nog eens. De praktijk blijkt later eenvoudig. Twee eilanden gerond en hup richting de witte huizen, waar je vanaf het tweede eiland de plek kan zien waar de vuren branden en de atleten uit het water worden gevist.

celtman1

Vanaf de eerste slag voel ik hoe mijn adem wordt afgesneden. Ik zoek naar een rustig ritme. Even de kou de baas worden en daarna de kwallen. Ze zijn zo groot als sinaasappels, maar een geruststellende tekst van een medeatleet luidt: Not the nasty ones (niet de schadelijke). Ik probeer met niets anders bezig te zijn dan met koers houden, ademhalen, doorhalen, een kwal wegduwen in mijn slag etc. Hoe raker de klappen, hoe eerder weer op de kade. Die strategie werkt en midden in het pak, kom ik aan. Helaas beland ik ook keihard op de rotsen bij het uit het water gaan. Het levert me in eerste instantie slechts een bloedende hand op. Rustig aan en dan toch echt eruit. Het kost me even voor ik bij de dame ben, die mijn bibber checkt (een apparaatje wat je om je pols draagt, wat zij met enige coördinatie in een ander apparaatje moeten zien te drukken, om te klokken). Ik kan je zeggen dat in deze fase van de race een atleet niet echt meedenkend is.  Dan omkleden en zien dat het bloed weer gaat stromen. Het stroomt uit mijn hand, dus dat is in orde. Even klungelen en zien dat de wond enigszins dicht zit als ik op de fiets stap. Dat lukt redelijk.  

De lange reis begint. 202 kilometer over de stunning hills van Schotland. Dat betekent zo iets als betoverende heuvels. Dit zal ik niet ontkennen. Van het begin tot het eind van de bike course is het landschap fantastisch. Ruige bergen, uitgestrekte meren, eindeloze wegen die op en neer golven door het landschap. Tot kilometer 140 de nodige serieuze beklimmingen. Waar het vlak is, als je de route inlaadt in je Garmin, golft de weg in werkelijkheid geleidelijk up en down. Zo nu en dan heb je toch echt meerdere van die golven bestreden en geeft je Garmin aan, dat je geen hoogtemeter overwonnen heb. Ik geloof niet dat ik al in de eerste uren hallucineerde. We passeren het dorpje Torridon, waar hopelijk vanavond de reis eindigt. Even een blik opzij en dan de focus op de 190 kilometer die voor me liggen. Ik heb op basis van de vele tochten die ik dit jaar gereden heb in de voorbereiding (Voerstreek, Ardennen, Eifel, Limburg) samen met Eric een schatting gemaakt van wat voor mij een verstandige fietstijd is. 8 uur 30 netto en voor de pauzes rekenen we voor het gemak een half uur.

Mijn crew doet het fantastisch. Ze hebben een kleine camper tot hun beschikking en duiken overal langs de route op. Even een bidon wisselen, nieuwe repen (steeds kijken wat het lichaam goed verteert), een praatje, een grapje, een positief woord. Tussen het wachten door moedigen ze andere atleten aan. Ook met de crews van andere teams bouw ik een band op. Naarmate de race vordert beland ik meer en meer in de achterhoede. Ik heb erop gerekend en ben positief verrast dat ik nog een aantal atleten achter me heb. De sterke fietsers doen hier mee en met 202 kilometer halen ze hier snel hun winst. Ik ben geen sterke fietser en moet bovendien de hele dag energie sparen voor het looponderdeel. Dat is hier namelijk ook geen sinecure. De organisatie heeft twee routes uitgezet. De high course over twee Munro 's (Schotse bergen van meer dan 971 meter hoog) voor de snelle atleten en de lower course voor de langzamere atleten of voor bij slecht weer. In dat geval loopt namelijk iedereen de lower course. De beloning van beide avonturen: een blauw t-shirt voor de hoge route en een wit t-shirt voor de lage route. De cut-off time na 19 km trailrun is voor iedereen bepalend. Ik weet vooraf, dat ik, als ik mijn schema volg, voor de trailrun van 19 kilometer met bijna 350 hoogtemeters door ruig terrein 2 uur 30 tot 2 uur 45 mag gebruiken. De limiet van 11 uur, die geldt voor de high course, ligt dan anderhalf uur buiten mijn bereik en het zou dus ook nergens op slaan om hierop te focussen.

De laatste 30 kilometer fietsen hebben we wind op kop. Het is voorspeld en ik heb me erop voorbereid. Het lukt om te blijven focussen en na 202 km springt de netto fietstijd  naar 8 uur 30. Bruto, 9 uur. Exact volgens plan (met dank aan Eric!; net als in de Norseman vorig jaar, fietsmissie geslaagd!). In de wisselzone staat mijn crew alweer klaar. De trailrugzak kan op, de trailschoenen aan. Ai, wat doet dat zeer. Is dat wat ik op de fiets voelde in mijn linkerschoen? Ik realiseer me dat mijn gewone hardloopschoenen pas in de tweede transitiezone voor het lopen aanwezig zijn. Dan als reserve. Hier heb ik geen keus en dus begin ik met een stekende pijn in mijn linkervoet aan de beklimming van de 280 meter hoger gelegen Coulin Pass. Geen tijd om na te denken. Er is geen alternatief voor de schoenen met stalen platen. Na de race wordt mij duidelijk wat het echte probleem is. Twee tenen aan mijn linkervoet zijn gekneusd en blauw. Waarschijnlijk het gevolg van mijn val bij het uit het water komen en vinden het dus niet grappig om met een stalen zool te dealen. Gelukkig al snel een eerste atleet in het vizier. Ik bijt me erin vast. Proberen met de te zware bagage en niet al te comfortabele tred, in een ritme te komen. Ik heb 2 uur 45 minuten. Niet zeuren, maar pacen. Het gaat niet hard, maar wel steady. Het trailparkoers is ruig en afwisselend. Dan weer over puntige rotsen, dan door hekjes en over een smal graspad, vol kuilen en gaten, dan over rotsen enz. Het is een kwestie van focussen en vertrouwen op de voorbereiding. Bovenop de Coulin Pass een betoverend uitzicht over de omliggende bergen en een prachtig meer. Langzamerhand haal ik meer atleten in. In een race van 178 deelnemers moet je niet aan tientallen denken. Gewoon een stuk of vijf voor T2A, maar het maakt dat je je toch losmaakt uit de aller achterste hoede.

Om 17.30, een half uur voor de cut-off time voor de lower course draai ik de tweede wisselzone van het lopen binnen. Daar wacht opnieuw een rugzakcheck, een medical check, mijn supporter Frans, die met me meeloopt, Jan, Dorothé, de race director en een flink aantal vrijwilligers en supporters. Je wordt er binnengehaald alsof je al gefinisht bent. Veel applaus, high fives etc. ‘Yes, you did it, you made it!” Het verwart me even, wetende dat een nog veel extremere trail van zo 'n 19 kilometer gaat volgen. De vrolijke noot van de race director: "You have still the whole day, just do it and enjoy!" Frans klapt mijn stokken uit en we verlaten T2A. De medical check was oké, we mogen door!


Eerst twee kilometer asfalt en dan beginnen aan de lange klim over 450 hoogtemeters. Gisteren hebben we een stukje verkend. Het is een steil bergpad, vol verraderlijke rotsen, en grit. De atleten van de High Course komen ons hier tegemoet. Zij dalen af richting asfalt en zullen nog 9 kilometer nodig hebben om bij de finish te geraken. De eerste snelle atleet die we tegenkomen, deelt gelijk een high five uit. Een Schot, die dit vaker heeft gedaan. “Low or High, we did it!” Al snel ontdekken we dat iedereen hier elkaar feliciteert. Of je nu aan ‘Laag’ begint of ‘Hoog’ bijna eindigt, er is over en weer ongelooflijk veel respect. Het duurt een half uur en dan verlaten we de High Course. We hebben weer een man of vijf ingehaald. De eerste twee uur lijkt het meer op speedwalken dan op hardlopen, en springen we over rotsen, traverseren riviertjes, dartelen door de modder
en over hobbelig gras. Het is een gevaarlijk, maar mooi avontuur. Frans maakt foto 's van de mooiste uitzichten. We genieten, wat een voorrecht samen deze trail te lopen! De rescue mountain teams zijn geweldig. Zij genieten niet minder dan wij van deze fantastische bergwereld. Het is er ruig, het is er verstild en het kan er spoken. Daarom zijn zij bij de rescue en daarom ook verbonden aan deze race. Als we hen passeren is er opnieuw een check, kort praatje en veel waardering voor elkaar. Ondertussen verglijdt de tijd en is het jammer dat mijn maag het al twee uur heeft opgegeven om eten nog te verdragen. Ik moet eten, eet, maar moet het ook met een weeïg gevoel bekopen. Toch moet de motor gaande gehouden worden.

Gelukkig komt het einde na 5 uur 30 lopen in zicht. Nog een kilometer of 5 over de weg en dan is er de finish. Dat klinkt simpel, maar als je begint met drie keer de afdaling van de Oude Holleweg in Beek, is kramp al snel je grote vriend. Ik houd hem met enige moeite buiten de deur. Dan is daar het meer, het bordje van het dorpje Torridon en in de verte zien we enkele lopers van de high course richting finish gaan. Bij de finish staan Jan en Dorothé. Frans en ik voelen tranen wellen, supporters, vrijwilligers, crew, iedereen klapt. Voor iedere atleet, voor iedere supporter. En eindelijk na 16 uur en 11 minuten is daar de boog. We pakken elkaars hand.....en finishen. Een Celtman biertje en een hug van de race director zijn onze beloning. Hij staat met de flessenopener in de hand. Ik houd hem tegen. Dit biertje heb ik in februari aan Bregje P. beloofd. Ik leg het hem in een paar seconden uit. Hij houdt de opener bij zich en een kwartiertje later, duwt hij me persoonlijk nog een extra biertje in de hand. Met een knipoog….

Indra Bimmel

celtman2

Read 1086 times
Login to post comments

Over CIFLA

Cifla is een samenstelling van de Latijnse woorden citius (snel) en flatus (wind). Snel als de wind, dat klinkt keurig, maar eigenlijk betekent het "snelle scheet". De naam is een mild protest tegen de destijds nogal formele en behoudzuchtige atletiekwereld
 
 

 

Postadres:

  • A.V. CIFLA
  • Marialaan 310
  • 6541  RR  NIJMEGEN