Snelle Ciflaten deden op 29 september mee met de cross duathlon in Velp!

Het is 9:00 uur ’s ochtends en het voelt nog koud aan. Na een heldere nacht moet het nog opwarmen, maar de zon komt al lekker door. Aangezien het de afgelopen dagen droog is geweest, ligt het uitdagende parkoers van de Posbank Crossduathlon er schitterend bij. Ten opzichte van andere jaren zijn er wat wijzigingen in het parkoers die het nog moeilijker maken. Daarnaast heeft het weer er het afgelopen jaar voor gezorgd dat klimmen en afdalingen nog meer uitgesleten zijn en daardoor een stuk technischer, met boomwortels, geulen en scherpe bochten. Pronkstuk daarbij is natuurlijk de startklim (die meerdere malen lopend en fietsend moet worden afgelegd) met een gemiddeld stijgingspercentage van 15% en pieken tot boven de 20%.

Ikzelf startte op de korte duathlon (4,5 km lopen, 10,5 km MTB’en en 2 km lopen). Na de steile startklim was er eigenlijk geen moment van bijkomen, want het lopen ging over een heuvelachtig parkoers, waarbij er wel constant vals plat naar boven of beneden was. Mooi als 8e kunnen wisselen naar het MTB’en. Helaas zat er niemand in mijn buurt, waardoor ik de hele rit zowat alleen reed. Hierdoor kon ik de klimmen en afdalingen wel in mijn eigen tempo nemen, maar had ik niet echt een idee hoe het ging. Als 7e kwam ik de wisselzone weer binnen, waarna de afsluitende 2 rondjes van 1 km zeer zwaar waren. Hierin zit namelijk wederom de steile startklim en de afdaling hiervan ligt in de vorm van een super G.

bart fiets dieuwertje fiets

Toen ik eenmaal gefinisht was, was het de beurt aan mijn mede Ciflaten. Dieuwertje ging voor de solo lange duathlon (7 km lopen, 21 km MTB’en en 3 km lopen), terwijl Karen en Arnoud een gouden duo vormden. Gouden, omdat na hun finish toch al snel bleek dat zij de 1ste plek hadden weten te bemachtigen in de categorie mix duo’s. Karen gaf aan dat het voorzichtige starten toch een nadeel bleek, want door de single-tracks was het erg lastig inhalen op het looponderdeel. Arnoud fietste een fenomenale 21 km, waarna Karen het goed kon afmaken.

dieuwertje lopen karen lopen

Dieuwertje reed zoals gewoonlijk een sterk MTB onderdeel, maar vooral de afsluitende 3 km lopen vielen op. Hierbij ging ze nog ruim 10 man voorbij en eindigde uiteindelijk op een 70ste plek overall en 6e bij de vrouwen senioren. 

Bart Albers

Hans en Renske Dickhout liepen als team Hänsl&Rensl de Trans Alpine Run

Alpentrails hebben al jaren mijn warme belangstelling, ik heb er de nodige gelopen. In 2012 deed ik mee aan de Salomon4Trails, een vierdaags trailevent door de Alpen. En sinds die tijd spookte de zevendaagse variant, de Trans Alpine Run, door mijn hoofd. Maar ja, 7 dagen, ik werd ouder en je moet deze run in een team van 2 lopen. Dus een maatje had ik ook nodig. Toen dochter Renske mij anderhalf jaar geleden vroeg of ik met haar die Trans Alpine Run zou willen lopen hoefde ik dus niet lang na te denken. We spraken af te gaan voor de editie van 2018 en vanaf dat moment begon ook eigenlijk de voorbereiding, in ieder geval in het hoofd! Vanaf januari ben ik echt gericht gaan trainen, vaak ook samen met Renske. Een gezamenlijk trainingsweek in de Vogezen begin mei zou voor ons de testcase zijn of we het aandurfden. En dat durfden we en we schreven in.  Nog meer voorbereiding volgde en op 30 augustus reden we naar Garmisch Partenkirchen, met onze begeleiders, Annelies en Kaj. Na 2 dagen acclimatiseren in de stromende regen kwam D-day, 2 september, er dan echt aan, een verslag van deze 7 dagen:

Dag 1, Garmisch Partenkirchen – Nassereith, 44,5 km, 2603 D+

Onder de klanken van ACDC’s Highway to Hell klinkt het startschot voor bijna 300 teams. Het is droog maar de wolken hangen laag. Al snel lopen we in de mist. Gaandeweg wordt het beter weer en op de finish schijnt de zon. We hebben ons gespaard, want de week is nog lang.

img 3278

Dag 2, Nassereith -Imst, 27,1km, 1384 D+

Het is mooi weer en we hebben er zin in. De etappe is iets korter vanwege een stuk weggeslagen pad. Dat komt goed uit want morgen is de Koningsetappe.

Dag 3, Imst- Mandarfen. 53,3 km, 2970 D+

Rustige start over goed begaanbare paden, daarna mooie single tracks hoog boven het Pitztal, het is echt genieten. We hebben deze etappe goed ingedeeld want op de laatste 12 km, licht stijgend door het dal, kunnen we nog steeds grote stukken hardlopen. We finishen na ruim 11 uur. De langste etappe zit erop en het vertrouwen in een goede afloop groeit!

img 3324  img 3450

Dag 4, Mandarfen-Solden, 31,1 km, 2270 D+

Onder een strakblauwe lucht vertrekken we. Gaandeweg wordt het zwaarder en zwaarder. We worden weer met beide voeten op de grond gezet: een hele steile en technische klim naar 3000m, gevolgd door een afdaling over rotsen en sneeuw en een taai stuk over troosteloze skihellingen. Direct na de finish staat de speaker nog wat te keuvelen over Hänsl und Rensl. En plein public wordt even duidelijk gemaakt dat der Hänsl de op een na oudste deelnemer is, ahum…..

Dag 5, Solden- St Leonhart im Passeier, 40km, 2478 D+

Weer een 40-er vandaag. Gelijk vanuit Solden steil omhoog   over prachtige single tracks naar Timmelsjoch. De voorgaande dagen beginnen hun tol te eisen. Gisteren zijn ongeveer 50 deelnemers uitgevallen: geblesseerd of buiten de tijdslimiet beland. Ook Renske gaat steeds moeizamer lopen, last rond haar knie. Met een van pijn vertrokken bekkie finisht ze toch weer netjes. De dokter van de medical crew is redelijk optimistisch dus we gaan met nieuwe moed de nacht in.

Dag 6, St Leonhart im Passeier- Sarnthein, 35,1 km, 2755 D+

We staan weer aan de start, Renske gaat het toch proberen. Al snel geeft ze aan zoveel pijn te hebben dat ze niet verder kan. Team Hänsl und Rensl stopt hier, Hänsl gaat alleen verder. Met betraande ogen zet ik de achtervolging in en ben nog net binnen de tijdslimiet bij post 1. Bij V2 is Renske inmiddels samen met Annelies om mij aan te moedigen, op het hoogste punt van vandaag staat Kaj voor extra geluid! Vandaag finish ik als solo loper.

Dag 7, Sarnthein- Brixen, 35,7 km, 2355 D+

De laatste etappe, Renske heeft nog teveel last en start niet. Vandaag loop ik samen met Esther de Joode, ook inmiddels solo loper van een team. Een prachtige etappe met steeds mooi zicht op de Dolomieten. We houden samen een mooi tempo en net binnen de 8 uur finishen we in opperbeste stemming voor de laatste keer de finishlijn.

img 3526   img 3537

Wat een avontuur, het was heel lang een droom die nu uit is gekomen: de TAR lopen en finishen! Maar het was me het weekje wel. 7 dagen achter elkaar veel van je lichaam vragen is zowel fysiek maar ook mentaal zwaar. Je leeft in een flow waarin weinig/geen ruimte is om echt tot rust te komen. ‘s Morgens vroeg opstaan, snel zoveel mogelijk eten, naar de start om, op de meeste dagen, om 7 uur te starten. Nadat je gefinisht bent zo snel mogelijk naar het appartement om aan het herstel te werken. Het innemen van voldoende koolhydraten, proteïnen en veel drinken. Om fysiek de volgende dag weer zo fris als mogelijk (!) aan de start te staan hadden wij ook het Herzog Compry Recovery www.compryrecovery.com  systeem tot onze beschikking. Het versnelt het herstel na inspanning. Met dit systeem heb je als het ware je eigen masseur bij je. Ieder uurtje dat we konden rusten gebruikten we, benen omhoog, licht rekken en als er tijd voor was even languit op bed. Vaak zat er maar twee tot drie uur tussen finish en de pastaparty en briefing voor de dag van morgen. Snel weer naar het appartement, rugzakje inpakken en vroeg naar bed. Run-eat-sleep-repeat dus.

img 0853

Zoals ik al aangaf een flow waarin geen ruimte is om toe te geven aan andere zaken. Toen echter de finish gehaald was, de afsluitende partyavond achter de rug, sloeg de algehele vermoeidheid genadeloos toe. Fysiek zat ik er behoorlijk doorheen, ik was heel moe, en emotioneel viel het ook zeker niet mee, maar wat was het een geweldige ervaring. 7 dagen onderweg te zijn met 300 teams vanuit Garmish Partenkirchen (D) naar Brixen (I). Je start als individuen en finisht als een grote vriendengroep. 

Hans Dickhout

https://transalpine-run.com/en/ . 

Indra doet verslag van de BrutalistBrutal!

Het is zaterdagochtend 15 september als we rond de klok van kwart voor vijf wakker worden in ons onderkomen, dat gelegen is in het piepkleine gehuchtje Abergryngregyn. Hier is het stiller dan stil. We horen enkel het ruisen van de wind. Om de rust van het dorpje niet te verstoren, plaats ik haast geruisloos, mijn tas met bidons op de achterbank van de auto. Vervelend dat het portier toch zo hard dicht valt. We zijn ready to go.

Als we twintig minuten later het dorpje Llanberis binnenrijden, zijn de bewoners nog in diepe slaap. Onderwijl meldt de ene na de andere atleet zich in het parc fermée om banden te controleren en bidons te plaatsen. Geen stickers op je armen, geen polsbandje, gewoon een handgeschreven nummer en de controlerende blik van de twee mannen bij de ingang, die feilloos door hebben wie hier wel en niet horen. Vertrouwen is hier een groot goed.

De Brutal Extreme triathlon is een triatlon van een speciaal soort. We bevinden ons in het National Parc Snowdonia en beleving, ruige natuur en een persoonlijk gevecht met de elementen valt iedere atleet ten deel. Het zwemonderdeel vindt plaats in Llyn Padarn, een prachtig meer, dat omringd wordt door bergen, met vandaag daarboven angstaanjagend donkere wolken. Er staat een stevige bries. De transitiezone bevindt zich in een veel te kleine, maar wel knusse tent. Iedereen is verzocht om zelf een plekje te zoeken om zijn spullen te plaatsen en het samen te regelen. Dat is een mooie insteek. Zo beland ik naast een dame die een stoeltje heeft bemachtigd, naast de koffietafel en mij allervriendelijkst haar plek aanbiedt. Zij doet slechts de halve duathlon…..dus dat stoeltje heeft zij niet nodig. Voor ik het weet, is ze twintig centimeter verplaatst en heb ik ineens een stoeltje om twee tassen achter, één ervoor en één eronder te plaatsen. Ze wijst me er ook nog even op dat het handig is om mijn jas op het stoeltje te leggen, omdat het straks een chaos wordt in de tent en niemand weet dat ik daar wil wisselen. Duidelijk een ervaren dame. Ze glimlacht, geen zwemmen voor haar. Veel te koud….. Ze doet wel zo nu en dan een ultraloop van 100 miles en wat ruige duathlons, maar dat is het dan ook wel…. Verbijsterd kijk ik haar aan. Hier liggen de grenzen van wat gewoon is, duidelijk anders.

Aan de start staan om 7.00 uur dus mensen voor de half, full, double (!) Brutal Extreme Triathlon en voor de half en full Extreme Duathlon. Mij is volstrekt niet duidelijk wie wat gaat doen, maar iedereen die via de schapenweide over de stiles klautert (houten hekjes, waarover je heen moet klimmen om in de weide te komen), loopt in wetsuit of is supporter voor de triathlon. Ertussen lopen schapen en wat mensen van de crew. Op een kleine vijftig meter van de partytent, waaronder een tafeltje is geplaatst met warme drank voor de atleten die bij een landgang behoefte hebben om op te warmen, houden we halt. Er hangt een gespannen stilte en iedereen zoekt een manier om het wachten te verdragen, wat op te warmen en zich voor te bereiden op het frisse water. Ze spreken van 16 tot 18 graden, maar ik weet van gisteren dat dit op kant gemeten is. Mijn keus is gevallen op een extra neopreenlaag onder mijn pak. Anderen dragen handschoenen, en de meesten booties. Tien minuten voor de start mogen we verder. Eén van de leden van de crew heeft een teller en stelt vast hoeveel atleten te water gaan. Het voelt als de start van een schoolreisje. Maar dan toch wat spannender. Even acclimatiseren in het koude meer, dan mogen we om 7.00 uur precies toch echt van start. Vier rondes zwemmen, met na twee rondes een landgang voor de mensen van de full distance. De 31 atleten en twee atletes, die deelnemen op de double Brutal herhalen dat nog een keer. De start is niet erg hectisch. Met nog geen 250 atleten is het ruim genoeg en de boeien zijn goed te zien. Het is zo bewolkt dat ook de zon geen roet in het eten gooit. Daarvoor was ik gewaarschuwd, maar mijn speciale zwembrilletje heb ik vandaag dus niet nodig. Ik voel me de eerste drie rondes nog comfortabel, maar krijg het dan toch koud. Ik begin de warme dranken op het tafeltje te begrijpen. Gelukkig mogen wij er na een rustig zwemonderdeel uit. Ik trek een paar oude hardloopschoenen aan en begin aan de lange weg terug naar de tent. We hoeven geen capriolen uit te halen om verstijfd van de kou de stile te nemen, de lokale Welshman heeft gewoon een hek opengezet.

indra wales5

Het omkleden blijkt inderdaad een chaotisch tafereel. Links en rechts is iedereen een poging aan het doen om op een halve meter zijn spullen te ordenen en omdat het stevig plenst, besluit ik toch maar een regenjackje en korte regenbroek aan te doen. Eenmaal buiten blijkt dat weer net te warm en is het nog slechts aan het miezeren. De regenbroek dus snel weer uit en aan mijn man en supporter Jan geven, dan mijn fiets uit het modderige parc fermée halen en hup op pad. In de eerste klim is het droog en warm. Jack uit, en windstoppertje aan. Ik zal deze wissel in deze ronde nog drie keer herhalen. Het is weer van “Jantje lacht, Jantje huilt”, iets waar mijn man op zo ’n dag gelukkig nooit veel last van heeft. Die is in de natuur een stabiel man en een rots in de branding tijdens mijn long distance triathlons. De ronde is op te delen in vijf stukken. Eerst een stuk langs het meer in de richting van LLanrug, om daar linksaf te slaan en twee smerige klimmetjes voor de kiezen te krijgen. Prachtige oude huisjes, en een fraai uitzicht over de kust en het Isle of Anglesey vormen de beloning. Alles is hier prachtig groen. Dit gebied heeft geen last van droogte gehad deze zomer. De afdaling die volgt is smal en voorzien van enkele verkeersdrempels. Link en gevaarlijk. Het voordeel van een niet al te snelle atleet zijn, is dat je net wat sneller in de veilige zone komt. Bij de weg blokkeren enkele schapen en een herder mijn afslag. Even van de fiets, er langs manoevreren en weer verder. In de volgende ronde, een andere horde…..paarden….met hun berijdsters. Een golvende weg door het mooie National Park Snowdonia volgt. Fraaie authentieke huisjes, schapenweides, watervalletjes, betoverende bergen in velerlei kleuren en fraaie bergmeren schuiven aan ons voorbij. Ondertussen is het een kwestie van een goed tempo zoeken, dat past bij de mogelijkheden. Ik draai mijn rondjes op hartslag. Weet precies wanneer ik wat moet eten en drinken en weet dat als ik dat doe, bij het lopen, de motor nog zou moeten draaien. Het betekent ook inhouden, inhouden en inhouden. Voor het dorpje Beddgelert is een drinkpost. Wat bekertjes met diverse dranken, snoepjes, chips, chocolade, energierepen en banaan vormen het aanbod. De vrijwilligers moedigen iedereen aan en zijn goed geluimd. Het dorpje ligt op een snijpunt van dalen, bij een brug over de River Glaslyn. Als we langs het water aan een korte klim beginnen, kruisen we een smalle weg, met links een kleine pub en rechts het bijbehorende terras. De dames die bedienen letten gelukkig goed op, roepen nog een bemoedigende tekst en steken dan over. Op het terras hebben enkele gasten in de gaten dat die startnummers iets betekenen….

We beginnen niet veel later aan de beklimming van de Pen Y Pass. Ik kan niet anders dan hem omschrijven als betoverend mooi. Je ziet hem al in de verte liggen. Eerst klim je recht vooruit, terwijl het dal links van je ligt en een goede kilometer voor de pas, sla je af en klim je alsof het een Alpenpas is, vol tegen de wind in omhoog naar een parkeerplaats waar bussen wandelaars uitladen en een restauranthouder goede zaken doet. Hier starten diverse wandelroutes en in het weekend is het dan ook druk. In mijn derde rondje rijd ik een tanige fietser voorbij. Hij haakt even aan en begint een praatje. Wil weten of het vandaag weer de Brutal is. Ik ben verbaasd dat hij het kent. Hij blijkt in Wales met zijn 75 jaar een wielerkampioen in een bepaalde discipline bij tijdrit. Ik moet bekennen dat mijn Welsh niet al te best is. Maar ondanks dat begrijpen we van elkaar dat het hier goed toeven is en dat de Pen Y Pass er ook vandaag weer geweldig bij ligt. Als ik in deze ronde voor de derde keer tegen de wind omhoog mag, krijg ik voor de afslag nog even een ferme hand. Hij wenst me veel moed voor de rest van de race en een enjoy the wind! Dit is niets te veel gezegd. De wind is inmiddels fors in kracht toegenomen en in de afdaling is het lastig op de fiets blijven.

Elke ronde komen we door het dorp Llanberis, bij de Head Quarter, waar Jan zich samen met andere supporters ophoudt in een bushokje. Ook is er de mat van de tijdwaarneming, die ik bij de eerste doorkomst bijna miste. Hij is maar een goede meter breed en na het oversteken van de weg, moet je even weten waar hij ligt. Gelukkig schreeuwt eenieder je gelijk terug en dus zal ik wel niet de enige zijn, die deze bijna fout maakt. Bij het bushokje een paar woorden wisselen met het thuisfront, bidons wisselen en verder. Later lees ik in de app dat hij in zijn negen uur durende verblijf in dit illustere bushokje, een boek vol wijsheden over wandelen heeft gelezen. De kernvan het boek vat zich als volgt samen: de definitie van welzijn is, dat het belangrijker is je mate van enthousiasme te verhogen, dan de pijn te verlagen. Hij vindt het een mooie formule om triatlon te beleven….

indra wales3

Na ronde vier en ruim negen uur op de fiets ben ik blij dat ik mag wisselen. Ik voel me fris en heb ontzettend veel zin om te gaan rennen. Eerst drie rondes rond Llyn Padarn en dan Mount Snowdon op en af. In de tent is het dan aangenaam druk. Ik krijg thee aangeboden van crew, die vriendelijk afsla en kleed me om. Er heerst verwarring in de tent. Mount Snowdon wordt gesloten. We moeten zes, of vijf rondes lopen rond het meer. Op de top minder dan tien meter zicht en de wind is zodanig sterk dat atleten en crew grote risico ’s lopen. Achteraf blijken slechts vijf mannen naar de top te zijn geweest. En zij beschrijven het als een beangstigend avontuur.

Voor ons, die nu net starten met lopen, is het vooral onduidelijk of het nu 42 of 50 kilometer gaat worden. De race director heeft recent nog een vijfvoudige triatlon volbracht, dus zijn wij er niet gerust op…. Gelukkig voel ik me fit en ga dus gestaag, geheel volgens plan beginnen aan een lange trailrun. Eerst door een parkje met vlonders, over betonranden, door grasland, dan over een parkeerplaats, over een hobbelig asfaltweggetje richting bos. Een breed bospad leidt ons anderhalve kilometer verder richting een rotspaadje, dat omhoog leidt naar een hoger gelegen weg. Dan volgen betonplaten, een paar hekjes, weer betonpaden, een oude brug en we steken het meer over. Een weggetje aan de andere kant, leidt steil omhoog naar het dorpje Fachwen. Ik kan grote delen hardlopen en alleen als dit geen winst oplevert ten opzichte van snelwandelen, ga ik over op een andere tred. Ik haal gelijk de eerste atleten in. Sommige zijn al in ronde drie en weten niet dat de berg gesloten is. Het nieuws verspreidt zich snel en strategieën worden aangepast. Het is nog wat anders of je drie of vijf rondes moet kunnen rennen. Ik heb getraind voor een marathon en voel me goed. Geen zorgen vooralsnog. Ondertussen wordt het langzaam donker. Op kilometer zes een drinkpost, die je als je hier voor het eerst komt, mogelijk zomaar voorbijloopt. De crew is erg positief. Ze hoeven hier maar tot 3.00 uur te staan, nu de double Brutal ook de berg niet op mag. Effe doorbijten, maar voor jullie is het ook niets anders, luidt de droge conclusie…..”Just keep your feet going!” Ik glimlach en realiseer me dat hij gelijk heeft. Rap ga ik weer verder. Op naar een lastig stuk vol rotsen en boomwortels. Goed om dit nog in het half licht te verkennen. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee. Samen met een goed gehumeurde Welshman bereik ik de kissing gate. Lady ’s first. Het zijn typische draaihekjes waar geliefden elkaar in Engeland zoenen als er één al aan de andere kant staat. Ik houd het hier bij een glimlach, als ik het hekje doorgeef aan mijn achtervolger. Zijn lach buldert en samen rennen we door. Een mooi ruig stuk door de bergen volgt. Ineens opent het bos zich en dan vol tegen de wind. We staan bijna geparkeerd. In een reflex het jasje dicht en vol tegen de wind in verder. Het bos sluit zich even snel ook weer. Er volgt een stevige afdaling over betonpaden, soms rotsen, dan weer asfalt. We doorkruisen een oude spoorbaan en komen dan op het schapenpad dat terugleidt naar de wisselzone. Ronde één zit erop.

De hoofdlamp kan al snel daarna aan. Ik ben erop getraind om door het donkere bos te rennen. Als kind was het al mijn favoriete bezigheid om in de nacht de duisternis in te gaan en er naar de wind te luisteren, de dieren te ontmoeten. Niets zo mooi als de speling van de nacht in het bos. Als er sneeuw ligt, is helemaal betoverend. Ik heb de contouren van de rotsen, de bomen, de huizen, de afslagen goed in mijn hoofd geprent. Dit is belangrijk, want de pijlen van de organisatie zijn schamel verlicht met een glow stick en in het bos van het pad afraken is absoluut niet aan te raden. Ik krijg met de verder aantrekkende wind, wel steeds meer de geest. Zo nu en dan wordt je adem afgesneden. Lekker achter de lampjes voor me aanrennen, weer iemand inhalen, een kort praatje en snel weer door. Waar het kan, ren ik, waar het te steil of te gevaarlijk is, pas ik het aan. Ronde na ronde gaat voorbij. Ik heb inmiddels al de nodige dames ingehaald en maak er een sport van om in het duister aan het vage silhouet voor me af te lezen of het een man, vrouw, supporter, deelnemer of iemand van de crew is, die ik ga treffen. Ook vleermuizen vergezellen ons vanavond. Bij de post even snel wat eten en drinken en verder weer. De crew is ontzettend aardig en enthousiast. In verband met opkomende blaren in mijn trailschoenen, wissel ik nog even van paar en verder weer. Inmiddels weten we dat het vijf rondjes zijn.

Tot het einde toe haal ik mensen in. Hoe harder het waait, hoe donkerder, hoe lastiger, hoe meer ik in mijn element ben. Ondertussen heeft het ook weer geregend en is het rotsige pad spekglad. Onderaan de berg liggen de schapen doodgemoedereerd te slapen als ik naar de finish ren. Wat een ongelooflijk mooie race. De finishboog ligt op de grond. De wind was te machtig, een aardige dame onthaalt me samen met Jan, mijn man. Ik krijg zomaar een hand, een medaille en een leistenen trofee! “You are the second lady!”2de in de Brutal Extreme….full distance….wie had dat kunnen denken? Het is twee minuten na middernacht. 17 uur en 2 minuten heeft mijn race geduurd. Binnen in de tent lekker droge kleren aan, een koppie soep en daarna wat napraten met enkele mannen die ik ontmoette in mijn laatste ronde. Daarna pakken we in, horen hoe de wind vat heeft op de tent en dat de regen met bakken uit hemel kom. De organisatie zou later melden, dat het de BrutalistBrutal was en na het sluiten van de berg, moeten ze voor de Double Brutal ook nog eens het fietsparkoers wijzigen. De Penn Y Pass kan niet meer worden afgedaald. Ik zelf kijk terug op een lekker ruig dagje in het mooie Snowdonia, met aan de kant mijn lieve steun en toeverlaat Jan! Welke man, hangt nu geheel vrijwillig negen uur voor jou rond in een schamel bushokje? Gelukkig was er vlakbij ook een Volkswagenbusje uit 1968 dat dienst deed als koek enzopietentje…..

 

indra wales2.  indra wales4

Indra Bimmel

http://www.brutalevents.co.uk/the_brutal.html

 

Cifla trailrunners op de Eiger Ultratrail: verslag van Hester Pardoel.

Al een tijdje stond de Eigertrail op ons verlanglijstje. In de zomer van 2017 lukte dat niet en kozen we voor een alternatief, de 46km Matterhorn Ultraks, een prachtige technische ultratrail in de omgeving van de karakteristieke Matterhorn.

Gelukkig kwam van uitstel geen afstel en schreven Charlotte (Keetels) en ik zodra het kon in voor de Eiger Ultratrail van 2018. Als afstand kozen we de 51km. Deze afstand wordt de E51 Panoramatrail genoemd omdat je de hele route prachtige uitzichten hebt op o.a. de Eiger, die aan de overkant van het dal steeds prominent in beeld is. Hier volgt een verslag van ons avontuur:

fotow 1

We gaan eerst een paar dagen naar het plaatsje Guttannen om alvast wat Zwitserse berglucht op te snuiven. Daarna verkassen we op de donderdag voor de wedstrijd naar Grindelwald, dat is één dal verder. Hier is het een compleet andere wereld: weg met de rust en stilte, het is hier druk, toeristisch en het dorp wordt vanaf donderdag ingenomen door trailrunners uit heel Europa. Het dorp ademt outdoor en sport, ik word er blij van.

Ons verblijf in Grindelwald is perfect. We sluiten aan bij een aantal andere Ciflaten die dit huis al gereserveerd hadden, dichter bij de finish kan bijna niet, het is nog geen 200 meter lopen.

De dag voor de race besteden we aan eindeloos materiaal controleren, rugtasjes inpakken, herpakken, het hoogteprofiel bestuderen en natuurlijk de startnummers ophalen. Iedereen maakt zich klaar voor zijn eigen start, we hebben 35km lopers, 51km lopers en Heleen die zelfs de 101 gaat lopen!

Eindelijk is het dan wedstrijddag en na een zenuwachtig ontbijt lopen Charlotte en ik als laatsten uit het huis naar onze start. We maken nog een selfie in het startvak en dan gaat het startschot.

fotow 2

De eerste 2 km lopen we bij elkaar in een lekker tempo, daarna loopt Charlotte wat van me weg. Op km 3 wordt de asfaltweg een paadje en begint het te stijgen. Lekker, hier kwam ik voor: echte trailpaadjes omhoog, alsmaar stijgen, een klim van ca 1000 meter tot aan Grosse Scheidegg. Onderweg staan supporters Rob en Wim twee keer om ons aan te moedigen. Zij zijn met de fiets omhoog gegaan en moeten moeite doen om eerder boven te zijn dan wij.

Na Grosse Scheidegg volgt een stukje hoogtelijn, waarna we doorklimmen naar ca 2350 meter. Ik geniet van dit stuk met zijn prachtige uitzichten. Het wordt steeds helderder, waardoor we ook de top van de Eiger te zien krijgen. Vervolgens een stukje dalen, waar ik lekker wat snelheid kan maken, dat voelt goed.

Dan komt de klim naar het hoogste punt, de Faulhorn op 2681m. Deze klim is steil, maar niet moeilijk en ik ben sneller op de top dan ik verwacht had. Later hoor ik dat tot dit punt Charlotte en ik vrij dicht bij elkaar liepen.

Bovenop de Faulhorn is het druk. Er staat een rij trailrunners voor de verzorgingspost en er zijn veel toeschouwers om de lopers aan te moedigen. Een Nederlandse supporter spreekt me aan: “goed bezig, je hebt de grootste klim gehad, nu begint het grote genieten”. Ik grijns: hij moest eens weten hoe leuk ik de trail tot nu toe al vond, ook van klimmen geniet ik met volle teugen.

fotow 3kl

Na de top van de Faulhorn volgen wat sneeuwveldjes die we moeten doorkruisen, altijd leuk midden in de zomer. Ik maak voor de grap wat foto’s om thuis te laten zien dat ik door de sneeuw gelopen heb.

De zon is fel en de afdaling naar Schynige Platte duurt lang. Om het lange traject te doorbreken staat er nog een zeer welkome waterpost die ik niet ingecalculeerd had, en daarna komt dan eindelijk de verzorgingspost Schynige Platte. Daar zie ik voor mij twee lopers van de 101km uit de race gehaald worden, zij hebben hun cut-offtime niet gehaald. Door de warmte ben ik ook langzamer gaan lopen en heb ik tijd verloren, gelukkig loop ik nog binnen alle tijdslimieten voor de E51 .

Na Schynige Platte verandert het landschap, het parcours gaat nu omlaag door bos. Lekker in de schaduw, maar de paden worden wat technischer, oppassen dus voor de vele boomwortels. Het pad daalt wat en klimt dan weer en dat blijft zo op en neer gaan, tempo kan ik niet meer maken. Ik kijk met smart uit naar het volgende punt waar onze supporters Rob en Wim in de ‘Bierwiese’ zullen staan. De vorige dag waren we daar tijdens onze parcoursverkenning langs gewandeld en hadden kennisgemaakt met een Zwitsers stel dat hun vakantiehuis op orde aan het brengen was. Het klikte, en zij hebben voor Rob en Wim twee flessen bier koud gelegd in de waterbak zodat ze met een biertje erbij liggend in het gras op ons kunnen wachten! Daarom dus de ‘Bierwiese’.

Na eindeloos op en neer over dat verschrikkelijke wortelpad komt de Bierwiese dan toch in zicht. Wim staat klaar met een flinke peptalk om me moed in te praten voor het laatste stuk. Charlotte is een uur eerder gepasseerd vertelt hij, dus Rob is vooruit gesneld naar de finish. Een snelle rekensom (snel rekenen lukt niet meer als je al zo lang gelopen hebt, maar gelukkig was Wim nog scherp) bewijst dat ik nog steeds binnen de tijdslimiet loop, en onder de 11 uur moet kunnen finishen. Niet waar ik op voorhand op gehoopt had, maar ik hou de moed erin.

 

 

fotow 4      fotow 5    

 

Wim fietst een stukje met me mee naar beneden, tot iets na de verzorgingspost bij Burglauenen. Vanaf daar is het 7km asfalt, licht klimmen naar Grindelwald. Het is begonnen met regenen en door de koelte kan ik weer wat tempo maken. Nou ja….als je dat nog tempo kunt noemen. Ik dribbel in ieder geval alle andere lopers voorbij. Het dorp in gaat het nog even flink omhoog (welke idioot heeft dit bedacht?!) tot aan de hoofdstraat en dan is daar eindelijk de finish! Tevreden zet ik mijn horloge uit en laat trots de steen als medaille omhangen. Nu eerst bier!

Alle Ciflaten in Grindelwald hebben hun afstanden volbracht. De 101km werd stilgelegd vanwege onweer en na lang wachten weer hervat over een verkorte route. Heleen heeft hierdoor met ‘slechts’ 93km de E101 voltooid.

De uitslagen van de Ciflaten staan hier (https://www.cifla.nl/index.php/nieuws/uitslagen/357-ciflaten-succesvol-bij-eigertrail).

 

fotow 6

Wanneer is iets een traditie? Na twee buitenlandse trailavonturen met een redelijk vaste Ciflagroep stond op 17 maart een nieuw avontuur op de kalender. Na Zugspitz Ultratrail en Eiger Ultratrail dit keer een minder groots event, de Coastal trail Sussex. Deze trail is er een uit een serie van 10 die gedurende het jaar langs de kust van Engeland en Wales wordt gehouden.

Op donderdag 15 maart vertrokken we met 2 auto’s naar de oversteek over het kanaal in Duinkerken. Christian en Carine, Sander en Christa, Heleen en Johan en Hans en ik. Vier waren van plan de marathon te lopen, vier de halve afstand. Na een aantal uren rijden en twee uur dobberen naar Dover arriveerden we in ons onderkomen, een fraai huis op het strand van Pevensey Bay/Eastbourne. Een slaperig stadje met oer-Engelse sfeer.

Op vrijdag volgde een kleine parcoursverkenning over de Seven Sisters, een rij witte kliffen langs de Zuid-Engelse kust. Het weer was lente-achtig, de zon heerlijk, het terras uitnodigend. Niet voor te stellen dat Siberische koude in aantocht was (ter herinnering: het was het weekend van de Stevensloop). De dag sloten we af met een goede pastamaaltijd en het klaarleggen van alle spullen voor raceday.

Voor de marathonlopers begon de dag vroeg en gedurende de nacht was de wind behoorlijk toegenomen. Ons uitzicht op zee was aanzienlijk spectaculairder dan de dag ervoor. Na het gebruikelijke wat zenuwachtige ontbijt vertrokken Hans, Sander, Christa en Heleen naar Birling Gap, het gehucht aan de voet van de Seven Sisters waar de start zou plaatsvinden. Ruim een uur later gevolgd door Christian, Johan, Carine en ik. Na een ritje van een half uur, langs weiden waar de schapen met de kont in de wind stonden, parkeerden we in een weiland van waar we tegen de wind in de 800 meter naar het event terrein liepen. Echt koud! We troffen de anderen nog net en konden hen zien starten, goed ingepakt met jasjes en handschoenen aan en mutsen op. Het start/finishterrein lag redelijk beschut. Deze trails zijn goed georganiseerd maar vrij basic. Twee grote tenten herbergen alles wat nodig is, niet verwarmd, wel uit de wind dus. Startnummers gescoord, een bandje voor de tijdwaarneming en een half uur voor de start een briefing waar de gang van zaken met de nodige droge humor wordt uitgelegd.

We lopen naar de start en komen vol in de wind. Ik trek toch dat jasje maar aan en zal het niet meer uittrekken. Rond 10.30 gaan we los, een stukje vlak en dan de Seven Sisters over. Ik liep eerder twee trails uit deze serie en de steilte van de hellingen blijft een aparte ervaring: als je bovenop zo’n klif staaten je gaat naar beneden is het zo steil dat je de onderkant van de helling niet ziet. Na drie sisters slaan we af het binnenland in, een prettige stijging maar met de wind vol op kop. Dat valt niet mee, het remt aardig af. We tikken East Dean aan en buigen dan weer terug naar de kust, erg mooi dit stukje. Na een kilometer of 6 zijn we weer in Birling Gap en gaan dan oostwaarts over de kliffen van Beachy Head, een keer of vier omhoog en omlaag geloof ik. Het sneeuwt intussen (horizontale sneeuwjacht) en we krijgen de wind vol tegen.

Dit is echt wel een heroïsche tocht aan het worden, ik zie nog wel kans om te genieten van het mooie en ruige landschap, maar het is vooral ook ploeteren. Dan komt Eastbourne in zicht, op ongeveer 13 km, fijnste daarvan is dat we dan terugdraaien en dus de wind achter gaan krijgen! Dat klopt, eerst nog wel een steile klim naar het hoogste punt van deze trail, dan nog wat op en neer en dan begint een lange geleidelijke afdaling. Ruim 3km naar beneden met de wind in de rug, hoe heerlijk! De marathonlopers doen deze lus ook, ook zij genieten van deze ‘beloning’. Dan links en dan zien we de tenten van de finish liggen, helaas gaan we daar niet rechtstreeks naar toe. Ik weet dat we nog een lus moeten maken, ik zit pas op 18km, ook dat die omhooggaat, de laatste flinke klim, maar dan ook weer die wind tegen….

Maar aan klim en wind tegen komt een eind, rechts en nog eens rechts en dan is het zakken met de wind opzij en achter naar de finish. Vlak daarvoor staan Heleen en Johan langs het pad, altijd leuk zo’n laatste aanmoediging. Johan, Christian en Carine zijn al binnen op de halve, ik sluit de rij. Heleen is bij de marathondoorkomst op ruim 30 km uitgestapt. Nog niet helemaal voorbereid op deze afstand leek haar dat de verstandige keuze. Sander volgt vrij snel na mij, daarna Christa en dan Hans. Zij lopen de marathon alle drie uit. Johan is tweede overal op de halve marathon, maar in de verschillende leeftijdscategorieën scoren we ook nog heel behoorlijk. Cifla staat weer op de kaart!

Droge kleren aan, thee en slappe (maar warme) chocolademelk drinken en dan naar de pub in East Dean waar een pint goed smaakt en we weer op temperatuur komen. Terug in ons huis begint na de douche de nabeschouwing van deze bijzondere trail. En op zondag reizen we terug, waarbij de overtocht iets onstuimiger is dan op de heenweg. Het was een gedenkwaardig weekend.

Annelies Dickhout

Uitslagen:

Halve marathon

Johan van de Dennen             1.35.26           2e overall heren (geen ciflaat)

Christian Bakker                     1.43.46           1e  M45

Carine van de Laar                 2.38.04

Annelies Dickhout                   2.47.13           3e V55

Marathon

Sander van de Hoogen           4.19.31

Christa Hijkoop                       4.46.51

Hans Dickhout                        5.12.39           1e M60

https://www.endurancelife.com/sussex

Pelgrimage op een bed van ijskristallen

Al sinds de lancering op 21 juni 2015 staat hij in mijn bucketboek, het non-stop rennen van de Walk of Wisdom, een 136-kilometer lange pelgrimsroute. Een pelgrimsroute met mijn eigen stad Nijmegen als basis, die losstaat van specifieke religies en draait om de wijsheid van het leven. Op de route kun je nadenken over je leven en je plaats in het grotere geheel. Met mijn bedrijfsnaam Bestaansverwondering kan ik dat natuurlijk enkel toejuichen en vanaf de lancering voel ik een speciale verbinding met dit initiatief. Mijn gevoel van verbinding wordt enkel versterkt als ik vlakbij de start- en finishlocatie – de Stevenskerk – een kop koffie drink met initiatiefnemer Damiaan Messing.

Hij merkt op dat hij een zoektocht naar zingeving waarneemt in de maatschappij en dat dit soort pelgrimsroutes ontzettend populair zijn. In 2017 lopen bijna 300.000 mensen de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela, vijftien keer zoveel als tien jaar geleden. Onder hen 3.600 Nederlanders en ook dat aantal groeit.

De route van de Walk of Wisdom voert langs rivieren, heuvels, bossen en oude cultuurlandschappen rond Nijmegen en knoopt mooie gebieden als de Ooijpolder, de N70-stuwwal, het Reichswald en de Hatertse Vennen aan elkaar. Het is een wandeling van vier tot acht dagen die start en finisht bij de Stevenskerk in Nijmegen. Daarmee wil de route uitdragen dat de weg belangrijker is dan het doel en dat je uiteindelijk weer terugkomt daar waar je begon. Bij mij maakt het feit dat ik een rondje loop en nergens heen ga ’s ochtends om drie uur in de koude een weifelende sensatie los van ‘waarom deed ik dit ook alweer’.

Damiaan vindt het mooie aan een pelgrimstocht het op zoek gaan naar jezelf en je tijdelijk afsluiten van de wereld en de dagelijks beslommeringen. Ik vertel Damiaan over mijn gevoel dat ik deze pelgrimsroute graag wil rennen, een a-religieus rondje om de kerk. Hij is enthousiast en in het zonnetje delibereren we over het leven, een mooie ontmoeting. Damiaan vindt dat ieder de route op zijn eigen manier moet kunnen lopen, de een in een week en anderen in etappes verdeeld over verschillende weekenden. Enkele weken later lees ik een reportage over de Walk of Wisdom in de Volkskrant getiteld ‘De weg naar inkeer voor iedereen’ waarin Damiaan melding maakt van mijn intentie: ‘er is iemand die de tocht in één dag rennend wil afleggen’. Als ik Damiaan later nogmaals spreek blijkt hij reacties op die passage te hebben gehad in de hoek van ‘weerstand’ en ‘afkeer’. De Walk of Wisdom is volgens velen immers een tocht van bezinning. Damiaan vraagt hoe ik daarin zit. Ik vertel hem dat volgens mij juist een kenmerk van een pelgrimstocht boetedoening is en daarmee nederigheid. Ik wil mijn tocht volbrengen en totaal afgemat, nederig de Stevenskerk in de verte zien opdoemen. Bovendien is het hardlopen juist een manier om je hoofd leeg te maken zodat gedachten kunnen komen en gaan. Was het niet Kierkegaard die zei ‘Er is geen probleem zo groot, dat ik er niet van weg kan lopen’. In mijn geval rennen. Het neemt de ruis weg en maakt ervaringen en gevoelens puur. Ik ben niet op zoek naar een FKT (fastest known time) en heb niet de ambitie iets neer te zetten. Dit nog los van het feit dat ‘grote hardlopers’ hier in hun vuistje om zullen lachen. Een tijd is niet aan de orde. Het wordt gewoon mijn langste (on)bezonnen training.

Sterker nog: ik wil mijn tijd nemen voor alle rituelen die onderweg zijn ontstaan: jezelf reinigen in de Bisonbaai, een boodschap achterlaten in het Mariakapelletje halverwege, een steentje achterlaten op het Kitty van der Wijzen-plein en een lap achterlaten in de Koortsboom. Ik heb geen doel, ik ervaar, ik beleef en bezin, ik presteer zonder gewin. Ik ren zonder haast; dat is mijn pelgrimstocht.

Lees hier het relaas waarin overpeinzingen over sterfelijkheid en fysieke inspanning elkaar aanvullen.

http://janfokkeoosterhof.nl/alles/een-trailer-op-de-136k-lange-walk-of-wisdom-pelgrimage-op-een-bed-van-ijskristallen/

 Jan Fokke Oosterhof
 

Pauline Claessen liep op 25 februari 2018 de Sevilla marathon in een onverwachte tijd!

Sevilla marathon. 2.42.07 netto. Een p.r. met 14 minuten. Wauw. Ik had het niet verwacht. Ik had eigenlijk helemaal geen verwachtingen van tevoren. Ik kon me eenvoudig weg geen voorstelling (meer) maken van de afstand. En ik kon niet inschatten wat m’n lichaam zou kunnen, zo onvoorspelbaar als het de laatste jaren was. Met goede en slechte periodes, goede en slechte dagen die elkaar zonder logica leken af te wisselen.

De eerste 8 weken voorbereiding waren prima verlopen, maar de laatste 4 weken was het schipperen geweest met veel pijn in rug en problemen met rechterbeen. De laatste grote uitdaging was om uit de greep van het griepvirus te blijven, dat Olaf sinds maandag hardnekkig flink koorts en ellendigheid bezorgde. En als laatste kleine uitdaging bleek de dag voor de race dat de race director ondanks eerder bericht niet op de hoogte was van mijn deelname en het nog een heel gedoe en gereis was om startnummer, startpositie en drankafgifte te regelen.

Ondanks dat de voorbereiding minder ideaal was dan gehoopt, was er in de loop van de weken wel een soort van basisvertrouwen gegroeid. De gedachte “What if I fail” was aangevuld met “What if you fly?”. Het weer was goed: weinig wind, bewolkt en met 11 graden voor mij als koukleum aan de frisse kant. De benen voelden oké met inlopen. En de tank was netjes volgetankt met koolhydraten (handig om zelf sportdietist te zijn ?). Dus stond ik aan de startlijn met in mijn achterhoofd het advies van Tonnie om weg te gaan op 2.47, maar met het plan om gewoon een lekker ritme te zoeken en te zien waar me dat zou brengen.

Het draaide lekker. Na 24 km begon vrij plotseling de pijn in de quadriceps. Oja, shit, helemaal vergeten hoeveel pijn die me in Utrecht hadden bezorgd vanaf km 27. Maar jeetje, nu al bij 24. Oei. Gelukkig had ik rond kilometer 20 een fijn groepje gevonden en het tempo kostte me ook geen enkele moeite en bleef vlak. Maar allemachtig wat deden die benen pijn. Bij kilometer 27 ben ik maar alvast begonnen 

pauline 3

met aftellen: een uurtje nog maar ?. En zo trok ik daar elke kilometer weer een paar minuten van af in m’n hoofd. Vanaf kilometer 35 werd het parcours lastiger met klinkers, tramrails en wat meer bochten door het oude centrum van Sevilla. Jemig, wat deden die quadriceps pijn. Ik zou nooit meer zo stom zijn om een marathon te lopen! Uitstappen was geen optie. De pijn was er toch al en ik had geen zin om van Tonnie achteraf te horen te krijgen dat ik gewoon te hard gestart was ;-). Zo lang ik niks afscheurde, niet door m’n benen zou zakken, en niemand onhandig op m’n hakken zou trappen zou ik die finish gewoon halen verdorie. En zo geschiedde.

Wat een ervaring! Zowel de voorbereiding als de race zelf. En wat ben ik toch een geluksvogel met de goede zorgen van Olaf, Tonnie als trainer en zoveel lieve mensen die met me mee hebben geleefd. Dank jullie wel! Op naar een najaarsmarathon…

Pauline Claessen

http://www.zurichmaratonsevilla.es/zm2-home 

 

 

Een jaarlijks feestje van mijn clubje CIFLA aan het begin van het nieuwe jaar waarop iedereen elkaar het beste toewenst en de nadruk ligt om ongedwongen en gezellig lopen, een feest van (h)erkenning. Ik doe de combi waarbij je de vijf en de tien kilometer achter elkaar rent. Met mijn duurlopen van de afgelopen weken in de benen, zal een snelle vijf een beproeving worden.

Als ik thuis de deur uitga, merk ik al dat het een koude bedoening gaat worden. Na de westerstorm van afgelopen week, krijgen we nu een heus koudefront voor de voeten. Waarom dan je muts en handschoenen bij vriendin laten liggen? Ik ben echt overvallen door deze weeromslag en met kouwe klauwen en dito kale schedel arriveer ik op de atletiekbaan in Nijmegen. Iedereen rilt, bibbert en neemt het woord ‘koud’ in de mond. Ee dame droomt over een warm bad, waar ze normaal gesproken nooit in gaat liggen. Ik deel met haar mijn persoonlijk recept: een warme douche en dan gebakken eieren met spek.

In het startvak een oase van herkening. Uiteindelijk blijken 12 mensen net als ik de dubbel te doen. Na een toeter vliegen we het bos in. Meteen ontstaat een kopgroep die zich snel verwijderd van het veld. Ik zit erachter met enkele anderen. Ondanks het waterige zonnetje is het akelig koud. Al snel krijg ik een waterig oog dat steeds volloopt met traanvocht. Normaal gesproken wrijf je dat eruit, maar ik voel mijn handen niet meer. Ze zijn oprecht bevroren en als ik ze schudt of zwaai, is dat een akelige sensatie die vlijmscherpe pijnscheuten doet ontstaan. Om de zoveel tijd wrijf ik een van mijn ijsklompen door mijn waterige oog. Ik voel me een josti met een slapende arm, zoals je die wel eens hebt als je er te lang op gelegen hebt. Het moet een vreemd aangezicht zijn voor de toeschouwers.

njloop 2018 10k 54

We malen met flink tempo door het bos als de befaamde zandhellingen opduiken. Ieder rondje mag je twee keer een zandwal over, pittige klimmetjes van enkele meters die je ritme teniet doen. Daarna slaat de koude op mijn longen en als een piepende stoomlocomotief houd ik een beetje in tot weer sprake is van een normaal geluid dat uit mijn geteisterde longen komt.

Onderweg veel vrijwilligers van mijn cluppie CIFLA die me aanmoedigen met een ‘hey de man van des-Sables’ en ‘succes met je dubbel’. Het geeft de burger moed. Ik kom door de finish in een tijd van 21.50 die later in de uitslagen wordt gecorrigeerd tot een 22.03. Snel verwijder ik mijn chip en startnummer en bevestig chip2 en mijn tweede startnummer.

De tien ga ik wat rustiger van start samen met de eerste dame in het veld. Een memorabel loopje want ik start in hetzelfde veld als Gebrselassi, zoals ik dat eerder deed tijdens de Marathon van Berlijn. Dit is echter Habtom Gebreselassie en niet de befaamde Haile en hij wordt geen eerste, maar tweede. Honderd jongens uit Eritrea werden eind 2015 door de gemeente Nijmegen gehuisvest in een soort barakken buiten de stad. Via buurtbewoners zijn twintig van hen gaan hardlopen of fietsen. Bij loopwedstrijden eindigen ze altijd op het podium. Dit is de tweede keer dat ik op de jongens stuit. De eerste keer was tijdens de Nijmeegse Bruggenloop waar ze ook direct na de start wegstoven om het podium te pakken.

Ik raak onderweg nog verstrikt in een persoonlijke loopvete met Harry van der Zanden. Hij trainde vroeger bij mij en we waren samen lid van het illustere loopgenootschap de Silly Walkers. Vandaag probeert Harry hoge ogen te gooien binnen het Seven Hills Business Running Team. Hij wint voor het eerst in zijn loopcarriere van me en wordt vierde bij de business-lopers. Een leuke strijd. Lang loop ik één pas voor hem en probeer die te houden door het tempo steeds iets op te voeren, in de hoop hem te slopen. Helaas sloopt hij mij, iets met een kuil graven voor een ander.

Ik finish in een 47.24 op een zesde plaats in het combi-klassement. Een heerlijk ochtendje lopen in de bossen van Hemeunsoord.

Meer informatie:

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/07/02/van-heumensoord-en-van-lent-uit-eritrea-gaan-o-2729783-a1504058

https://www.cifla.nl/index.php/cifla-wedstrijden/nieuwjaarsloop

Jan Fokke Oosterhof

 

--

In Vaals was ik al eerder in 2017, half juni, voor de Vaalserbergtrail. Toen voor 30 km, als laatste lange test voor de Eigertrail. Bij een zomerse temperatuur van 28 graden, Hans liep toen 50km en was total loss na afloop, Carine had haar handen vol aan de 22km.

 Ergens in het najaar kwam Charlotte met de Drielandenpunt Challenge, Hester, Hans, Twan en ik waren meteen te porren, een auto vol, inschrijven maar. Dit keer niet voor een losse afstand, maar voor een ‘challenge’: de maxi van 21km overdag en 12km ’s avonds, of de mini van 12km overdag en 12km in het donker. Vier lopers voor de maxi, ik zelf koos de mini.

De Vaalserberg is een beste bult, dat wist ik me nog te herinneren, in juni mochten we er van meerdere kanten tegen op en weer af, vooral de Duitse kant is steil. De routekaarten lieten zien dat we ook dit keer van alle kanten naar het Drielandenpunt mochten klimmen, een ietwat oubollige attractie bestaande uit een uitzichttoren, een paar obligate kiosken met snacks en souvenirs en een doolhof.

Na een oefenloopje in het donker, met hoofdlampjes, in Heumensoord in november waren we er klaar voor en togen op zaterdagochtend 16 december naar het diepe zuiden. Een mooie sporthal om de spullen achter te laten, de start in het centrum van Vaals, daar waar (om de tijd tussen de twee lopen zoet te brengen) een sfeervolle kerstmarkt zou staan. Die hebben we niet kunnen spotten, behalve een kraam met Gluhwein en 200 meter verderop een kraam met broodjes worst. Maar uiteindelijk kwamen we om te lopen, dus who cares?

Ik had zelf vanwege een lichte blessure getwijfeld of ik wel zou starten, maar met groen licht van de fysio toch maar op pad. Hans, Hester, Charlotte en Twan zijn dan al een uur onderweg voor de halve marathon. We lopen meteen steil het dorp uit, een paar straten door en dan een weiland in. De Limburgse klei laat zich van zijn beste kant zien na een week die begon met sneeuw en daarna veel regen bracht. Maar nu is het droog en licht, af en toe zelfs een zonnetje. Ik ploeter door de wei omhoog en dan wordt het pad vlakker langs de bosrand. De geïrriteerde pezen voel ik in het begin, maar als ik eenmaal goed warm ben is dat over en kan ik lekker lopen. Vanaf de bosrand mogen we een paar keer omhoog en weer omlaag over de flanken van ’s lands hoogste berg. Wat een blubber zeg, zonder trailschoenen met grof profiel (die ik gelukkig aan heb) kom je hier niet ver. Ik zie mensen van boom naar boom glijden en onderuit gaan. Na een paar keer omhoog en omlaag naderen we het hoogste en daarmee Drielanden-punt.

Van hier herken ik de route van afgelopen zomer, toen het mooi droog was. Steil naar beneden en dan op en neer langs de bosrand met mooie doorkijkjes naar Belgisch Limburg. De zon schijnt af en toe, het is genoeglijk lopen en glijden. Want modder is wel het thema van deze loop, maar na eenmaal een keer tot je enkels door de drek maakt het niet veel meer uit. De schoenen zijn dan vies, gewoon doorlopen maar. Ik geniet van het Limburgse landschap en van de glibberige uitdaging.  

Na 5 kwartier komen we weer langs de uitzichttoren en dalen dan vlot af naar Vaals waar aan de finish een uitgebreide verzorgingspost is ingericht. In de sporthal tref ik de anderen die hun halve er op hebben zitten. We hangen in de kantine en eten en drinken wat, want straks moet er nog een keer gelopen worden. Ik twijfel, geen pijn gehad, zal ik nog een keer? Ik besluit het te proberen en om 17 uur, het is bijna donker, worden we voor de tweede keer weggeschoten, dit keer met een hoofdlamp op. Ik vind het meteen al pittig, maar probeer eerst toch nog de wei en het bos. Dat geglibber valt me niet mee en als we (weer) omhoogklimmen naar de uitzichttoren besluit ik dat ik tot daar loop en dan om zal keren. Toch een blessure, het is tot dan toe goed gegaan, dat wil ik graag zo houden. De anderen lopen door.

In alle rust kan ik douchen, dat was die middag wel anders en daarna wacht ik op de anderen. Die komen tegen kwart voor 7 uit het dorp gezakt en hebben de maxi Challenge volbracht. Na een verdiende douche zoeken we in het dorp nog een restaurantje op om wat te eten en aanvaarden dan de terugreis. Het was een lange dag, maar de moeite meer dan waard!

http://www.sportevents.eu/trailrunseries/nl/drielandenpunttrail/

uitslag maxi Challenge:

Twan Belgers             3.35.59 (plek 26)

Charlotte Keetels       3.40.20 (plek 27)

Hans Dickhout            3.41.18 (plek 28)

Hester Pardoel           4.34.34 (plek 51)

12 km

Annelies Dickhout      1.31.15

Annelies Dickhout